In de praktijk worden deze vaak vergeten, daarom is het een must-have om deze bepaling nader te bekijken.

In beginsel vormen alle lasten, renten en soortgelijke uitkeringen die worden betaald aan personen die niet tot het personeel behoren van de onderneming een aftrekbare beroepskost. (art. 52,2 2° WIB).

We spreken over vergoedingen, ongeacht hun benaming die aan derden worden betaald en die verband houden met de bedrijfsactiviteit van de vennootschap, zoals commissies, makelaarslonen, handels- of andere restorno’s, toevallige of niet-toevallige vacatiegelden of erelonen, gratificaties, vergoedingen of voordelen van alle aard die voor de verkrijgers beroepsinkomsten zijn.

Theoretisch behoren daartoe:

– Provisies, commissies en makelaarslonen die aan tussenpersonen (vb. zelfstandige handelsreizigers) worden toegestaan
– Handels- of andere restorno’s die ondernemingen aan hun klanten toekennen.
– Vacatiegelden of honoraria betaald aan beoefenaars van vrije beroepen (vb. advocaten, accountants, enz) wegens diensten voor rekening van de onderneming
– Voordelen alle aard verstrekt aan klanten

Toepassingsgebied voor aftrekbaarheid.

Art 49 WIB vormt de hoofdregel betreffende beroepskosten nl. beroepskosten zijn pas aftrekbaar indien de belastingplichtige deze kosten heeft gedaan of gedragen tijdens het belastbare tijdperk om de belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden.
De echtheid van de kosten kan bewezen worden dmv bewijsstukken of de bewijsmiddelen door het gemeen recht: geschrift, bekentenis, vermoedens, getuigenis, behalve de eed.
Als in het belastbare tijdperk gedaan of gedragen worden beschouwd, de kosten die in dat tijdperk werkelijk zijn betaald of gedragen of het karakter van zekere en vaststaande schulden of verliezen hebben verkregen en als zodanig geboekt.

Art. 57 WIB legt boven de bepalingen van art 49 WIB namelijk dat er samenvattende opgaven en individuele fiches dienen opgemaakt te worden. In dit geval spreekt men over een fiche 281.50 en opgave 325.50.

Deze individuele fiches en samenvattende opgaven moeten worden opgemaakt indien de vergoedingen worden toegekend aan natuurlijke personen of rechtspersonen voor wie de uitgekeerde sommen beroepsinkomsten zijn (art 57,1° WIB).

In de praktijk moet telkens de schuldenaar van het commissieloon, ereloon, … een fiche 281.50 opstellen, telkens hij geen factuur heeft ingeschreven.

Afwijkingen

Geen verplichting om fiches en opgaven op te stellen indien:

– de vergoedingen toegekend worden aan sommige vzw’s (art. 181 WIB)
– de vergoedingen die in hoofde van de verkrijger als een divers inkomen (art. 90, 1° WIB) worden belast
– de bedragen of voordelen waarvan het totaalbedrag per jaar en per verkrijger niet meer bedragen dan 125 euro.
– als de begunstigde van de commissies, makelaarslonen,… onderworpen is aan de boekhoudwetgeving (wet 1975) en tevens een factuur uitreikt voor de geleverde prestaties conform de BTW-wetgeving.

We verdiepen ons op deze laatste non-verplichting.

1) Boekhoudwetgeving

De vennootschapsvormen die onder de boekhoudwetgeving vallen:

– NV
– BVBA
– CVOA en CVBA
– COMM V
– COMM VA
– VOF
– Europese samenwerkingsverband en economische samenwerkingsverband
– Landbouw vennootschap

Niet van toepassing voor:

Eenmanszaken (baten: art 27 lid 1 WIB), de vennootschappen onder firma en gewone commanditaire vennootschappen kunnen onderworpen zijn aan een vereenvoudigde boekhouding. Indien de omzet van deze twee laatste lager is dan 494 787.05 euro.
In dit geval vallen ze niet onder de boekhoudwetgeving (dubbele boekhouding) en incasu moet er steeds een fiche 281.50 opgesteld worden.

2) Vrijstelling van factuur

Daarnaast kunnen vennootschappen vrijgesteld zijn voor het afleveren van een factuur op basis van art. 44 WBTW. Zoals notarissen , advocaten, artsen,… (Com. IB nr. 57/62).
Incasu moet er dus steeds een fiche 281.50 opgesteld worden.

Voorbeelden

Zelfstandige accountant verleent een dienst aan een vennootschap. De vennootschap (schuldenaar) moet dus een fiche 281.50 op stellen.

Een boekhoudvennootschap BVBA verleent een dienst aan een vennootschap. De vennootschap hoeft dus geen fiche 281.50 op te stellen vermits de boekhoudvennootschap een factuur zal uitreiken van desbetreffende prestaties en onderworpen is aan de boekhoudwetgeving.

Gevolgen van het niet-indienen van de fiches en opgaven

Wanneer de vennootschap de formaliteit niet naleeft of de betrokken formulieren niet tijdig inlevert, is de vennootschap op de uitgekeerde sommen de bijzondere aanslag op de geheime commissielonen verschuldigd (art. 219 WIB). De bijzondere aanslag bedraagt 309% (incl. crisisbijdrage) van de niet-verantwoorde kosten.

De niet-verantwoorde kosten blijven wel aftrekbaar als beroepskosten en de bijzondere aanslag zelf is trouwens eveneens een aftrekbare beroepskost (art. 197 en art. 198 lid 1,1° WIB).

Met aanslagjaar 2003 is de bijzondere aanslag op de geheime commissielonen evenwel niet meer van toepassing indien de vennootschap aantoont dat het in de kosten opgenomen bedrag waarvoor een fiche diende te worden gemaakt, begrepen is in een door de genieter regelmatig ingediende aangifte (personenbelasting:baten). Het bewijs moet dus door de vennootschap worden geleverd dat de genieter de bedoelde inkomsten op regelmatige wijze in zijn aangifte heeft vermeld.

Voorbeeld

Stel dat een ereloon van 100 euro niet vermeld is als baat in de aangifte van de PB van de genieter.
De vennootschap wordt dus onderworpen aan een bijzonder aanslag van 309%.
Uiteindelijk bedraagt deze 309 euro. Dit bedrag is aftrekbaar maar volgens art. 207 WIB mag men dit bedrag niet gebruiken voor de 3de tem de 8ste aftrek (fiscaal vakjargon).

Maar geen van deze aftrekken (of compensaties met het verlies van het belastbaar
tijdperk) kan toegepast worden op dat dit deel van het resultaat dat afkomstig
is van :
– Abnormale of goedgunstige voordelen zoals bedoeld in art.79 W.I.B. ;
– Financiële voordelen of vergoedingen van alle aard zoals bedoeld in art.
53, 24° W.I.B.;
– De afzonderlijke aanslag gevestigd op de kosten of voordelen van alle
aard, die niet verantwoord zijn conform art. 219 W.I.B. ;
– Het deel van de winsten die verbonden zijn aan de uitgaven bedoeld in
artikel 198, lid 1, 12° W.I.B. (nl. de deelnames in het kapitaal of de winst);
– Het deel van de winsten afkomstig van het niet-respecteren van art.
194quater, § 2, 4°lid W.I.B. en de toepassing van art. 194 quater, § 4
W.I.B. (voorwaarden vrijstelling investeringsrserve niet gerespecteerd).

Opletten

Men dient ook een fiche op te maken voor de bezoldiging aan personeel (281.10) en bedrijfsleiders (281.20).

Op het fiche 281.50 zal je opmerken dat de kosten gedaan voor rekening van de verkrijger belastbaar zijn (vb. verplaatsingskosten).

Terwijl kosten eigen aan de werkgever/vennootschap (vb. verplaatsingskosten gemaakt voor rekening van de werkgever) in hoofde van de werknemer of bedrijfsleider geen belastbare inkomsten ((art. 31, lid 2, 1° WIB en art. 32, lid 2, 2° WIB) zijn. Voor zover ze met het juiste bedrag van de gemaakte kosten overeenstemmen of als het bedrag van de terugbetaalde kosten berekend zijn op grond van ernstige en met elkaar overeenstemmende normen.
Niettemin moeten zij ook, net zoals gewone bezoldigingen, op de individuele loonfiches (281.10 of 281.20) worden vermeld