Laten we even stil staan wat zowel de voordelen als de nadelen kunnen zijn van een dividend of tantième uitkering.

We kijken zowel naar de impact op vennootschapsrecht, boekhoudkundig en fiscaal recht.
1) Vennootschapsrecht: de resultaatverwerking.

De vijf stappen

Indien men een winstopstelling opmaakt, moet men:

a) het resultaat van het jaar vaststellen voor de belastingen
b) de belasting ramen
c) het resultaat van het boekjaar na belastingen bepalen
d) het te bestemmen resultaat berekenen
e) ten slotte komen tot de resultatenbestemming

We concentreren ons vooral op de laatste stap op gebied van vennootschapsrecht.

Uitkeerbare winsten (stap d)

Algemene bepalingen

In principe behoort de resultaatverwerking tot de bevoegdheid van de AV(= algemene vergadering) die over de jaarrekening van het boekjaar moet beslissen (Art 554 W. venn.).
De jaarrekening moet aan de AV worden voorgelegd, na de resultaatsbestemming (art 26 KB 30/01/2001).
In de praktijk zal men dus steeds de datum van de jaarrekening aanpassen aan de datum waarop de AV wordt gehouden.
De resultaatsbestemming is dus steeds voorwaardelijk.
Maar de algemene vergadering kan slechts beslissen binnen de wettelijke bepalingen en regels, opgelegd door de statuten.

Art 320 (BVBA) & art. 617 (NV) W.venn bepalen dat er slechts een uitkering van de winst mag geschieden indien op datum van de afsluiting van het laatste boekjaar het gecorrigeerd netto-actief hoger is dan het onbeschikbaar eigen vermogen.
Gecorrigeerd netto-actief bestaande uit de totale activa van de balans vermindert met:

- Voorzieningen en schulden
– En voor de uitkering van tantième of dividend moet het nog niet afgeschreven bedrag van O&O (onderzoek en ontwikkeling) en oprichtingskosten buiten beschouwing gelaten worden.

Totale activa – voorzieningen en uitgestelde belastingen – schulden (inclusief overlopende rekeningen van het passief) = netto-actief

Netto-actief – nog niet afgeschreven: ‘Oprichtingskosten’ en ‘Kosten van onderzoek en ontwikkeling = gecorrigeerd netto-actief.

Onbeschikbaar EV bestaande uit:
– + Geplaatst kapitaal
– – Niet- opgevraagd kapitaal
– + Uitgiftepremies
– + Herwaarderingsmeerwaarden
– + wettelijke reserve.
– +Onbeschikbare reserves
– +Kapitaalsubsidies

Enkel de onbeschikbare reserves als de wettelijke reserves worden toegevoegd. We houden geen rekening met de belastingvrije en beschikbare reserves.

Maximaal uitkeerbare bedrag wordt bepaald als:

Gecorrigeerd netto-actief
– onbeschikbaar eigen vermogen
= maximaal uitkeerbaar eigen vermogen.

De resultatenverdeling

Eenmaal de te bestemmen winst of te verwerken verlies en het maximaal uitkeerbare vastgesteld, kan men overgaan tot de verdeling. Bepalend hierbij zijn wettelijke bepalingen, statutaire bepalingen en beslissingen van de AV.
Wil men uitkeren aan de aandeelhouders (dividend), bestuurders (tantièmes) of personeel (winstdeel andere rechthebbende), dan moet men nagaan of er een uitkeerbaar vermogen is. (zie hierboven).

Uitkering aan derden

Zodra er een uitkeerbaar vermogen bestaat, kan men de winst uitkeren volgens de statutaire bepalingen of de beslissingen van de AV.

Bij uitkering van winsten is er een roerende voorheffing (dividend) of bedrijfsvoorheffing (tantième) verschuldigd. Deze verplichting bestaat bij moment van toekenning of betaalbaarstelling. De datum waarop de AV beslist, geldt als moment van toekenning.

Stel op 25/05/2011 beslist men tot een dividend van 10 euro per aandeel, betaalbaar per 17/07/2011. Op 25 mei is er een schuld wegend dividend per aandeel van 7,5 euro en schuld wegens ingehouden roerende voorheffing van 2,5 euro per aandeel.
De ingehouden roerende voorheffing moet binnen de 15 dagen doorgestord worden naar het bevoegde Ontvangkantoor.

2) Boekhoudkundig (Boekhoudrecht)

Vergoeding van het kapitaal: hangt af van het voorstel tot dividenduitkering.
Door de beslissing tot dividenduitkering ontstaat er een schuld aan de aandeelhouder. Deze schulden worden ten belopen van hun brutobedrag geboekt. (Advies 133/3).

69400 vergoeding van het kapitaal Bruto
@ 47100 dividenden over het boekjaar Bruto

Bij de effectieve betaalbaarstelling drukken we de ‘schuld wegens ingehouden roerende voorheffing’.

47100 vergoeding van het kapitaal RV
@ 45310 dividenden over het boekjaar RV

In het financiële dagboeken boeken we

47100 vergoeding van het kapitaal Netto= Bruto – RV
45310 dividenden over het boekjaar RV
@ R/C Bank Netto + RV = Bruto

Vergoeding aan bestuurders of zaakvoerders.

69500 Bestuurders of zaakvoerders Bruto
@ 47200 Tantièmes over het boekjaar Bruto

Bij de effectieve betaalbaarstelling drukken we de ‘schuld wegens ingehouden bedrijfsvoorheffing’.

47200 Tantièmes over het boekjaar BV
@ 45300 Ingehouden bedrijfsvoorheffing BV

In het financiële dagboeken boeken we

47200 Tantièmes over het boekjaar Netto= Bruto – BV
45300 Ingehouden bedrijfsvoorheffing BV
@ R/C Bank Netto + BV = Bruto

We kunnen opmerken dat deze vergoedingen worden geboekt op een 6-rekening. Impliciet vormen ze een kost. Waardoor de winst daalt en minder belastingen moeten worden betaald.

Volgens fiscaal recht is dit niet het geval voor dividenden. Want vennootschapsbelasting bestaat uit de reservebeweging (aangroei van de belastbare reserves), de verworpen uitgaven en de belastbare uitgekeerde dividenden. Dit resulteert dus in de fiscale winst.

3) Fiscaal recht

Op gebied van fiscaal recht beperken we ons toe tot de KMO’s.

Art 15. W. Venn. bepaalt:
§ 1. Kleine vennootschappen zijn deze vennootschappen met rechtspersoonlijkheid die voor het laatst en het voorlaatst afgesloten boekjaar, niet meer dan één der volgende criteria overschrijden :
– jaargemiddelde van het personeelsbestand : 50;
– jaaromzet, exclusief de belasting over de toegevoegde waarde : 7.300.000 EUR;
– balanstotaal : 3.650.000 EUR; tenzij het jaargemiddelde van het personeelsbestand meer dan 100 bedraagt.
§ 2. Voor vennootschappen die met hun bedrijf starten, worden voor de toepassing van de in § 1 vermelde criteria, deze cijfers bij het begin van het boekjaar te goeder trouw geschat.
§ 3. Heeft het boekjaar een duur van minder of meer dan twaalf maanden, dan wordt het bedrag van de omzet exclusief de belasting over de toegevoegde waarde bedoeld in § 1, vermenigvuldigd met een breuk waarvan de noemer twaalf is en de teller het aantal maanden van het boekjaar, waarbij elke begonnen maand voor een volle maand wordt geteld.
Deze vennootschappen zijn onderworpen aan een jaarrekening volgens verkort schema(VKT).

Daarnaast kunnen deze vennootschappen volgens art. 215 Wib onderworpen worden aan een opklimmend verlaagd tarief ipv een vlak tarief van 33,99% indien hun belastbaar inkomen (= fiscale winst) niet meer bedraagt dan 322500 euro.
Hiervoor moeten de vennootschappen echter aan bepaalde voorwaarden voldoen (vijf voorwaarden).
De belangrijkste voorwaarden voor deze topic zijn:

Art 215 3° geen opklimmend tarief op vennootschappen waarvan de dividenduitkering hoger is dan 13 procent van het gestorte kapitaal bij het begin van het belastbare tijdperk.

Art 215 4° geen opklimmend tarief op vennootschappen die ten laste van het resultaat van het belastbare tijdperk (bestemmen winst: zie hierboven) niet aan ten minste één van hun bedrijfsleiders een bezoldiging hebben toegekend die gelijk is aan of hoger is dan het belastbare inkomen van de vennootschap (fiscale winst), wanneer deze bezoldiging minder bedraagt dan 36000 euro.

Dividend: fiscaalrechtelijk
Art 18 WIB bepaalt wat we onder dividenden moeten verstaan.
O.a. – Vrijgestelde dividenden
– Intresten op rentegevende voorschotten die tot dividend worden geherkwalificeerd
– Verkrijging van eigen aandelen (art 186 WIB)
– Gedeeltelijke verdeling van het vermogen ten gevolge van overlijden, uittreding of uitsluiting van een vennoot (art 187 WIB)
– In geval van verdeling van het vermogen ingevolge de ontbinding en vereffening van de vennootschap (art. 209 WIB).

Voor KMO’s is het vooral opgepast met de herwalificatie van een dividend.
Stel dat de zaakvoerder of bestuurder (natuurlijke persoon) een geldlening verstrekt aan zijn vennootschap. De zaakvoerder ontvangt hiervoor een roerend inkomen waarop men slecht aan 15% roerende voorheffing wordt ingehouden. Voor de vennootschap betekent deze intrest een aftrekbare beroepskost volgens de bepaling van art. 52 2° WIB.

Maar de administratie steekt er echter een stokje voor met name dat de rentegevende voorschotten (art 18 4° WIB) verstrekt door een natuurlijke persoon slechts aftrekbaar zijn in bepaalde mate.

Men houdt rekening met 2 grenzen: 1ste: De intrestvoet mbt de rentegevende voorschot mag niet hoger zijn dan de marktrente (art 55 WIB) en 2de: het bedrag van de voorschotten mag niet hoger zijn dan de som van de belastbare reserves in het begin van het belastbare tijdperk en het gestort kapitaal op het eind van het belastbaar tijdperk.

Voorschot (art 18 4° WIB) = al dan niet door effecten vertegenwoordigde geldlening, verstrekt door een Belgische natuurlijke persoon aan een vennootschap waarvan hij aandelen bezit.
Vb. Pietjan verstrekt een geldlening aan een vennootschap.

Of door een Belgische natuurlijke of buitenlandse rechtspersoon aan een vennootschap waarin hij een opdracht als bestuurder, zaakvoerder, vereffenaar of soortgelijke functies uitoefent (art 32 WIB). Ook wordt ook geviseerd naar de echtgenoot of minderjarige, niet-ontvoogde kinderen.
Vb. Zaakvoerder Pietjan verstrekt een geldlening aan zijn BVBA.

Echter kan ook de creditzijde van een rekening-courant beschouwd worden als een herkwalificatie tot dividend.

Voorbeeld:

Peeters BVBA heeft een gestort kapitaal bij begin belastbaar tijdperk en eind van belastbaar tijdperk van 500000 euro. En een belastbare reserve beging belastbaar tijdperk van 400000 euro.
Er verstrekt de zaakvoerder Peeters een geldlening aan de vennootschap. Voordelig voor beide kanten aftrekbaar bij de vennootschap en een roerend inkomen met 15% roerende voorheffing in Peeters personenbelasting.
Maximum dividenduitkering is 13% x 500000 euro = 65000 euro.

In casu bedraagt de intrest echter 14% en de marktrente 10% op een geldlening van 15000000 euro.

Berekening van de eerste grens: (14%-10%)*1500000 = 60000 euro.
Berekening van de tweede grens: (1500000-(500000+400000)) x 10% = 6000 euro.
Totale herkwalificatie dividend is 120000 euro.
Totale intrestaftrek is (14% x 1500000) -120000 = 90000
Conclusie geen opklimmend verlaagd tarief. Tarief wordt dus 25% roerend voorheffing + geen aftrekbare kost voor vennootschap want wordt meegerekend in de fiscale winst.

Tantième: fiscaalrechtelijk
Een bestuurder of zaakvoerder van een vennootschap kan op verschillende manieren een bezoldiging ontvangen.
Art 32, al.2 WIB bepaalt de belastbare bezoldiging van bedrijfsleiders (zgn. Attractiebeginsel):

- 1) de vaste of veranderlijke tantièmes, zitpenningen, emolumenten en alle andere sommen die de vennootschap aan de bedoelde personen toekent.
Geen dividenden of terugbetaling eigen kosten aan de vennootschap (vakjargon kosten eigen aan werkgever).
Geen RSZ afgehouden bij deze twee laatste.
Wel opmaak van een fiche voor terugbetaling eigen kosten aan de vennootschap (fiche 281.20) (art. 57, 3 WIB 92).

- 2) voordelen alle aard (art 18 KB/WIB)
– 3) vergoedingen bij stopzetting van de activiteiten
– 4) vergoedingen tot herstel van een tijdelijke inkomstenderving
– 5) de vroeger verworven bezoldigingen
– 6) herkwalificatie van de huur nl. gedeelte van de huurprijs van een gebouwd onroerend goed dat meer bedraagt dan 5/3 van het gerevaloriseerd kapitaal.

Al deze opgesomde bezoldigingen worden vermeldt op een fiche 281.20. Ze vormen een belastbaar inkomen in het jaar dat ze worden betaald of toegekend.

Voor te voldoen aan het opklimmend tarief moet de vennootschap een bezoldiging uitkeren aan 1 van de bedrijfsleider twv 36000 euro of indien minder hoger of gelijk aan het belastbaar inkomen van de vennootschap (= fiscale winst).

Schema

Belastbaar inkomen vennootschap (= fiscale winst) Bezoldiging Opklimmend verlaagd tarief
100000 36000 JA
20000 20000 JA
10000 5000 Nee want lager dan de fiscale winst
50000 60000 JA want meer dan 36000 euro

In tegenstaande tot de roerende voorheffing moet men bij de uitkering van een tantième bedrijfsvoorheffing inhouden.

4) Conclusie

Nadeel dividend: 2 x belast nl roerende voorheffing + vennootschapsbelasting.
Voordeel dividend: Komt niet in aanmerking in de personenbelasting van de zaakvoerder als bezoldiging maw geen vak 1400.
In sommige situaties kan men genieten van 15% roerende voorheffing ipv 25% roerende voorheffing.
Art 269 WIB benadrukt de maatregelen
nl. Aandelen uitgegeven ter vergoeding inbreng in geld
Aandelen mogen geen enkel toegekend voordeel genieten
Aandelen moeten op naam staan
Vennootschap mag geen overname doen van bepaalde activa van bepaalde personen.

We kunnen aannemen dat een dividend een ‘extra’ vormt voor de verkrijger. Vooral nauw letten mbt de 15 % RV ipv 25% RV. En beter te gebruiken in situaties van veel winst of hoge rekening-couranten. Natuurlijk het opklimmend tarief van de vennootschapsbelasting niet vergeten indien een KMO.

Nadeel tantième: Aangemerkt als bezoldiging voor bedrijfsleiders maw belastbaar in de personenbelastingen. Toepassing van art. 270 WIB bedrijfsvoorheffing.

Voordeel tantième: Spelen met de tijd nl. bezoldiging pas belastbaar in het jaar van betaling of toekenning. Vb. Een kost voor de vennootschap in boekjaar 2010 en in de personenbelasting pas in kalenderjaar 2011.
Daarnaast geniet men in de personenbelasting van een forfaitaire aftrek van beroepskosten, kinderopvang, huwelijksquotiënt.
Ideaal wanneer de jaarbezoldiging te laag is. Lager dan 36000 euro of lager dan de fiscale winst om in aanmerking te komen van het opklimmend verlaagd tarief.

David Ryckaert
Dossierbeheer De Bie & Anthonissen

About these ads